Den Haag tekent voor einde minnelijke schuldhulpverlening

Geplaatst op 11 juli 2011

Donderdagnacht 30 juni heeft de Tweede Kamer de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) en een aantal amendementen aangenomen. De bedoeling van de wet is de minnelijke schuldhulpverlening (het tot stand brengen van een regeling tussen schuldenaar en schuldeisers, zonder tussenkomst van de rechter) te versterken. De huidige wettekst en de amendementen zorgen echter voor de teloorgang van de schuldhulpverlening.

De schuldhulpverleningsbranche is sinds 2006 langzaam maar zeker overgestapt van procedureel werken op maatwerk. Door dit maatwerk is het aantal uitvallers de afgelopen jaren drastisch gedaald. Vroeger voldeed men regelmatig niet aan de voorwaarden, nu helpen we iedereen. In de wettekst staat dat gemeenten een beleidsplan moeten maken, waarin ze kunnen aangeven wie ze niet willen helpen. Bijvoorbeeld recidivisten of fraudeurs. Maar ook op andere gronden kan burgers de toegang tot de schuldhulpverlening geweigerd worden. De maatschappelijke kosten (diefstal, overlast in wijk et cetera) van het niet helpen van burgers met schulden, zijn veel hoger dan bij het helpen van iedere burger met schulden. Maar onder druk van de bezuinigingen zullen gemeenten deze wet aangrijpen om de deur een flink eind dicht te doen. Dat is overigens de rekening naar de toekomst doorschuiven, want die burgers blijven hun problemen houden.

Eén van de amendementen gaat over het moratorium, waarmee gemeenten schuldeisers kunnen dwingen zes maanden geen invorderingsmaatregelen op de schuldenaar toe te passen. Naast het feit dat dit moratorium juridisch onjuist is – het grijpt in op het recht van de schuldeiser zijn vordering voldaan te krijgen – hebben schuldhulpverleners die hun zaken op orde hebben geen moratorium nodig. Juist de schuldhulpverleners met wachtlijsten zullen handig gebruikmaken van het moratorium. Zij krijgen een halfjaar uitstel op hun wachtlijst. Het gevolg zal zijn dat schuldeisers na een halfjaar wachten hard zullen gaan invorderen. Schuldeisers zullen door deze wetgeving sowieso minder snel meewerken aan voorstellen voor een minnelijke regeling.
De gevolgen zijn desastreus voor de schuldhulpverlening. De komende jaren zullen de slagingspercentages naar beneden gaan. De politiek – zowel landelijk als gemeentelijk – verliest het vertrouwen in de schuldhulpverlening. De schuldeisers zijn daarvóór al afgehaakt. Bij al die ontevredenheid wordt over een jaar of vijf het rapport van de commissie Kortmann uit een la op het Ministerie van Justitie gevist. Kortmann heeft in 2008 geadviseerd te stoppen met minnelijke schuldhulpverlening, en die dienstverlening wettelijk onder te brengen bij de rechtbank. Grote kans dat dit in 2020 dan een feit zal zijn. En dan begraven we de minnelijke schuldhulpverlening.

Maar zover hoeft het niet te komen. Als gemeenten geen uitsluitingsgronden in hun beleidsplan opnemen, als de branche geen gebruik maakt van het moratorium maar in gesprek blijft met de schuldeisers en als de Eerste Kamer deze rammelende wetgeving naar de prullenbak verwijst, gaat het helemaal goed komen.

Ger Jaarsma
Directeur Kredietbank Nederland