Historie Volkskrediet

Op 30 april 1932 werd in Amsterdam de Nederlandsche Vereniging voor Volkskredietwezen en Woekerbestrijding opgericht. Initiatiefnemer was de directeur van de Gemeentelijke Bank van Lening in Leiden, Piet van Aggelen. De nieuwe vereniging had als doel woeker in al zijn vormen te bestrijden en het sociaal volkskrediet in Nederland te bevorderen. Dat was hard nodig, want de gewone burger kon alleen terecht bij commerciële kredietverstrekkers, vaak particulieren. Dat ging gepaard met woeker, overkreditering en andere misstanden. Het probleem bij de woekerbestrijding was dat er vrijwel geen sociale kredietinstellingen waren.

Opbouw sociaal volkskrediet

In 1933 werd de Geldschieterswet ingevoerd, die onder meer een maximum stelde aan de rentetarieven. Hiermee kwam een eind aan de woeker. De vereniging kon gaan werken aan de opbouw van het sociaal volkskrediet. Op diverse plaatsen in het land werden gemeentelijke volkskredietbanken opgericht. De Tweede Wereldoorlog zorgde voor een pas op de plaats. Tijdens de oorlogsjaren stagneerde de kredietverlening op alle fronten. Dankzij de goede organisatie van de gemeentelijke kredietbanken kon het sociaal volkskrediet zich na de oorlog snel herstellen, eerder dan de commerciële kredietverstrekkers. De kredietbanken hebben in eerste instantie dan ook het grootste deel van de markt in handen. In 1955 waren er al 51 gemeentelijke banken.

Nieuwe naam

Op 18 december 1986 werd de naam van de Vereniging gewijzigd in Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet, afgekort  NVVK. Woekerbestrijding kon uit de naam verwijderd worden. De overige doelstellingen bleven gehandhaafd. Nu wordt alleen de naam NVVK gebruikt en is het onderschrift, vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren.

Kredietverstrekking en overkreditering

De ideeën over kredietverstrekking zijn in de historie van de NVVK wel veranderd. Eerst zag men kredietverstrekking als hulp aan hen die in geldnood verkeerden. Nu is kredietverstrekking een vast onderdeel van de moderne maatschappij. In de jaren zestig raakte de Nederlandse burger zijn vrees om te lenen kwijt. Maar het waren vooral de commerciële instellingen die daarvan profiteerden. Langzamerhand namen zij het grootste deel van de markt over. Nieuwe bancaire producten, zoals de salarisrekening, de persoonlijke lening en het doorlopend krediet deden hun intrede. Daarmee stak ook een ander fenomeen de kop op: overkreditering. Steeds meer Nederlanders kregen met (problematische) schulden te maken.

Gedragscode schuldregelen

Het regelen van deze schulden nam een steeds groter deel van de activiteiten van de volkskredietbanken in beslag. De NVVK had duidelijke ideeën over de manier waarop het schuldregelen het beste uitgevoerd kon worden. In 1979 wordt dan ook de Gedragscode Schuldregeling ingevoerd. De Gedragscode wordt door alle leden van de Vereniging aanvaard en ook de Vereniging van Financieringsondernemingen Nederland schaarde zich achter de code. De Gedragscode heeft voor een meer uniforme manier van schuldregelen gezorgd.

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Eind jaren tachtig kwam landelijk steeds meer aandacht voor de schuldenproblematiek. Het wordt duidelijk dat schulden alleen goed opgelost kunnen worden wanneer diverse instanties, zoals kredietbanken, sociale diensten, maatschappelijk werk e.d. gaan samenwerken. Dit wordt integrale schuldhulpverlening genoemd. In 1998 werd de WSNP ingevoerd. Deze maakt een onderscheid tussen het minnelijke traject en het wettelijk traject. Bij het minnelijk traject kunnen schuldregelende instanties bemiddelen tussen schuldenaar en schuldeisers. Bij het wettelijk traject is de komst van een rechter noodzakelijk.

  • Oude afbeelding
  • Oude afbeelding
  • Oude afbeelding